Wat is het en wat merk je?
Iedereen verliest haren; opvallend meer uitval of duidelijke kale plekken is iets anders. Erfelijke aanleg kan een herkenbaar patroon geven. Diffuse uitval kan volgen op ziekte, stress, een bevalling of een tekort. Ook huidziekten en medicijnen kunnen meespelen.
Wanneer medische hulp zoeken?
Maak een afspraak bij plotselinge kale plekken, snel dunner haar, een ontstoken hoofdhuid of zorgen over de uitval. Vertel ook over ziekte, gewichtsverlies en medicijngebruik. Hulp vragen mag eveneens als de verandering je somber of onzeker maakt.
Wat kun je zelf doen?
Behandel je haar voorzichtig en vermijd strak trekken of agressieve behandelingen. Eet gevarieerd en voorkom een crashdieet. Foto’s met tussenpozen kunnen het verloop laten zien. Tel niet voortdurend losse haren; dat zegt weinig over de oorzaak.
Welke behandeling is mogelijk?
De huisarts kijkt naar het patroon en de hoofdhuid. Alleen bij aanwijzingen is aanvullend onderzoek nodig. Sommige vormen herstellen vanzelf; bij andere vormen kan een behandeling worden besproken. Het resultaat en de noodzaak van blijvend gebruik verschillen per oorzaak.
Aanvullende middelen: wat weten we?
Gebruik geen hoge doses vitamines of ‘haargroei’-supplementen zonder vastgestelde behoefte. Zij behandelen niet iedere oorzaak en kunnen bijwerkingen geven. Bespreek producten met je arts of apotheker en laat een behandelbare oorzaak niet ononderzocht.